After Vipassana

‘There is no way out, there is only a way in’

Rite-de-passage

Voordat ik ‘op Vipassana ging’ had ik verwacht dat ik veel moeite zou hebben om tijdens die elf dagen niet te kunnen schrijven. Mijn pen en schriftje moest ik bij aankomst inleveren, evenals mijn mobiele telefoon en mijn boek.

In de trein onderweg naar het centrum in het oosten van Duitsland schreef ik nog pagina’s vol in mijn schriftje: Nu kon het nog! Ik verwachtte dat ik op de terugweg meteen los zou gaan in de trein, maar ik schreef niks. Het voelde als een te grote stap om woorden te geven aan dat wat alleen nog in mijn binnenste huisde. Door woorden wordt de ervaring tot iets, daarmee leg ik het vast. Terwijl juist de omvattende leegte – het woordenloze – zo intens was. Een beetje zoals na de geboortes van mijn kinderen. Toen wachtte ik ook met het opschrijven van het bevallingsverhaal. De ervaring van de bevalling werkte nog zo na in mijn systeem. Het was nog niet voor de wereld, het was voor mijn binnenste.

Dus nu, drie dagen nadat ik ben thuis gekomen, moet ik echt een stap zetten om dit te typen. Want wat heb ik eigenlijk meegemaakt? Mijn vriendin Mirelle appte me: ‘Wat is je het meest bijgebleven in die tien dagen waar jij wat mee kan in je leven?’ Ik zal een poging wagen…

De vergelijking met de geboorte van mijn kinderen is wel toepasselijk. Je gaat een deur door en er is geen weg meer terug. Je weet dat je er aan de andere kant anders uitkomt. En je weet niet hoe - een rite-de-passage. Daarom was het wel fijn om de lange treinreis van acht uur ernaartoe te maken. Een geleidelijke overgang naar de andere wereld.

Ik was op pelgrimstocht naar mezelf. Onderweg waren er mooie synchroniciteiten. In de eerste trein (tussen Utrecht en Frankfurt) zat ik samen met een andere vrouw in zo’n kleine ouderwetse coupé. Toen de conducteur langskwam zei hij tegen de vrouw: ‘You come from far. Namaste.’ Daarna maakten we een praatje, en inderdaad, ze kwam uit India (maar woonde gewoon in Frankfurt). Deze knipoog van de kosmos stemde me erg vrolijk. En de knipoog die ik op de terugreis kreeg nog meer. In mijn laatste trein, wederom tussen Frankfurt en Utrecht ging er - in de verder vrijwel lege trein - op de stoel recht voor me een boeddhistische monnik zitten, met een oranje gewaad. Het leek wel een droom. Ik was net teruggekeerd naar mijn boeddhistische roots en had me er helemaal aan gelaafd. En op de reis terug naar huis ging een boeddhist mij voor. Wat een grap.

 :) - de mouw van de monnik

:) - de mouw van de monnik

Het boeddhisme speelt een belangrijke rol in mijn leven. Maar dat was ik lange tijd vergeten. Als puber verslond ik boeken over oosterse filosofie en ik was gefascineerd door de verhalen over het leven van Boeddha. Voor mijn mondeling eindexamen Frans koos ik het leven van Boeddha zelfs als gespreksonderwerp. In mindfulness kwam mijn liefde voor de oosterse levenswijsheid weer helemaal tot leven, en tijdens de vipassana retreat kreeg ik ook alle middelen aangereikt om het tot in mijn diepste zelf te ervaren. Vipassana werkt met de kern van het boeddhisme: het lijden van de mens (dukkha) en de weg uit het lijden. Daarover zometeen meer.

 

Herkenning

Aangekomen in Triebel – in de heuvels, nabij Tjechië – kwam ik in een strak geoliede machine terecht. Alles was geregeld. Niet alleen de kamer waarin ik zou slapen lag vast, ook mijn bed (nummer 13A). Ook in de meditatiezaal kreeg iedereen een plek toegewezen (ik had F7). De gong waarmee het volgende programma-onderdeel werd aangekondigd, werd tot op de seconde nauwkeurig geslagen. Ik hoefde niets anders te doen dan me aan het systeem over te geven en te vertrouwen.

Met vier vrouwen deelden we een kamer. Waarschijnlijk waren we ingedeeld op leeftijd, want we waren alle vier rond de veertig. We hadden een erg fijn sfeertje samen. Als vanzelf hielden we – zonder te praten – rekening met elkaar. Het grootste deel van de tijd dat we op de kamer waren, lagen we op bed. We sliepen veel die eerste dagen. Naast de gedeelde focus op meditatie waren we duidelijk aan het bijkomen van onze hectische levens.

Ik maakte me vantevoren wel zorgen over het intensieve programma dat al ’s ochtends heel vroeg begon. Om vier uur ging de gong en om half vijf begon de eerste meditatie die twee uur duurde. Die meditatie kon je in de zaal doen of op je kamer. Ik koos voor de zaal, omdat ik wist dat ik anders niet de verleiding zou kunnen weerstaan om te gaan liggen. Zo zat ik elke ochtend om half vijf in de grote meditatiezaal. Wonderlijk genoeg viel het me niet zwaar om op te staan. Ik voelde zelfs een kleine blije sprankeling als om vier uur de gong ging: het begint weer! Alsof ik dit leven eigenlijk al heel diep van binnen kende.

 De weg naar de meditatiezaal

De weg naar de meditatiezaal

Die herkenning ervoer ik tijdens de gehele vipassana periode. De eerste avond lag ik op het bed uit te rusten voor het volgende programma onderdeel en mijn hoofd viel helemaal stil. Ik voelde me opgenomen in een veld van bewustzijn dat bijna tastbaar was. Alsof ik de stilte hoorde. In de nacht had ik vaak eenheidservaringen - een weten van thuis zijn, hier en nu, en dat alles goed is. Een paar keer spoelde ik zo over van liefde en dankbaarheid dat de tranen kwamen. Ten minste, eerst kwamen de tranen en pas toen realiseerde ik me hoe dankbaar ik me voelde…

 

Ik ben mijn neus kwijt

En het was heel zwaar. De eerste dagen was ik uitgeput. Ik kan niet altijd makkelijk in slaap vallen. Maar nu hoefde ik maar te gaan liggen en ik surfte weg. Half wakker kwamen de droombeelden die me meenamen in een staat van lichte slaap. Het leek alsof ik wakker was, maar dan zou ik toch niet dromen? Ook tijdens de eerste meditaties viel ik soms in slaap. Dan schrok ik wakker omdat mijn hoofd naar beneden zakte. Ik was zo moe van de reis en van de weken voor mijn vertrek… Het was echt bikkelen, maar ik hield vol. De eerste drie dagen moesten we alleen maar onze aandacht op onze neus richten. Meditatie na meditatie, zeven tot tien uur lang. Tijdens de derde dag was ik ineens mijn neus kwijt. 'Oh, hij ligt achterin de zaal in een kastje', bedacht ik me. En ik schoot weer wakker, lachend om de humor van mijn dromen.

Wat gaat de geest tekeer, ontembaar. Alle kanten schoot zij op. Ze had erg mooie beelden die me overal mee naartoe konden nemen. En ik herinnerde me allerlei kleine situaties uit het verleden, dingen waar ik nooit meer aan had gedacht, alsof er een dipere laag werd aangeboord. Maar de oefening ging niet over uitstapjes van de geest en bijzondere ervaringen, het ging ook niet over het toekennen van betekenis aan de dingen die ik tegenkwam. Het ging over de kracht van aandacht en concentratie: samadhi. Dus focuste ik weer op mijn neusgebeid en liet de droombeelden los. Op de derde dag drong tot mij door dat ik de geest moet temmen. Niet als een dompteur maar als een liefdevolle moeder. De geest denkt dat ze übermachtig is als ze alles kan bepalen en van hot naar her vliegt. Ik heb mezelf echt toegesproken: als je naar mij luistert, geest, dan ben je nog veel krachtiger. Samen zijn we sterk. In je eentje lijk je krachtig, maar het leidt tot niets. Vanaf nu luister je dus naar mij, dat is voor onze bestwil. De concentratie nam toe en ik was klaar voor dag vier, het aanleren van de vipassana oefening. Natuurlijk had ik nog wel gedachten tussendoor. Maar ik was niet meer zo extreem afgeleid door allemaal andere zogenaamd belangrijke zaken en kon makkelijker met mijn aandacht terugkeren bij de meditatie.

 

Anicha anicha anicha

Vipassana gaat over het herkennen van het lijden, van het ongeluk dat je voor jezelf creëert en blijft creëren. Elk moment weer kun je dit mechanisme in jezelf herkennen en oplossen. Daarom is het ook zo’n verblijdende methode. ‘There is no way out, there is only a way in’  - dit levensmotto heb ik de afgelopen weken herontdekt. Vipassanameditatie richt zich op de sensaties in het lichaam. Alles waardoor je je niet goed voelt is terug te voeren tot iets wat je wilt of iets wat je niet wilt, begeerte en afkeer. Door iets anders te willen dan wat er is (niet willen wat er is – oftewel afkeer – of iets willen wat er niet is – oftewel begeerte -) blijf je een gevangene van je eigen leven. Alles komt en gaat, dat is de enige zekerheid. Door de vergankelijkheid volledig te accepteren, word je vrij. Elk verzet leidt tot ongeluk.

Steeds weer werden we getraind om de realiteit van vergankelijkheid te herkennen – anicha anicha anicha klonk de ingesproken stem (de meditatieinstructies waren ingesproken door vipassanaleraar Goenka. Bij alle vipassana retreats binnen deze stroming wordt hetzelfde protocol gebruikt. Iedereen krijgt dezelfde opnames van Goenka te horen en de leraren – 1 voor de mannen en 1 voor de vrouwen – geven geen algemene instructies aan de groep. Je kunt ze wel twee keer per dag vragen stellen) . En samengaand met bewustzijn van anicha, leerden we om gelijkmoedigheid te ontwikkelen. Ook al woedt er een storm in je, blijf gelijkmoedig. Als je bij de ervaring blijft, als je hem ziet en er laat zijn in plaats van te reageren, dan bevrijd je jezelf van je eigen gevangenschap van willen en niet-willen.

 

Alle hekken open

Het viel me niet zwaar om te zwijgen. Geen moment. De stilte was heerlijk. Ik vond het moeilijker om weer te gaan praten. De overgang naar spreken was vrij abrupt. De vrouwen en mannen waren tien dagen volkomen afgescheiden geweest. Ze hadden een eigen ingang in de meditatiezaal en ze hadden eigen gebouwen. Er waren een soort groene tennisnetten gespannen bij de gebieden waar we elkaar zouden kunnen zien. Erg komisch, want het roept natuurlijk ook een soort spanning op als je vage silhouetten ziet voorbij lopen waar je niet naar mag kijken. Juist het zo nadrukkelijk scheiden, vestigt de aandacht op die andere soort. Maar het gaf een erg besloten gevoel om alleen met vrouwen te zijn. Uiterlijk was minder belangrijk. Op een gegeven moment keek ik naar de groep met vrouwen in slobberkleren en dacht: 'Het lijkt wel een pyjama party.'

Op dag negen mocht er dus ineens gesproken worden en gingen – bij wijze van spreken - de hekken open. De mannen waren ook meteen in ons gebied en er werd veel en luid gepraat. Ik had er geen behoefte aan en trok me terug op mijn kamer. Mijn kamergenotes hadden dezelfde ervaring en de rest van de tijd trokken we veel samen op. Erg leuk om nu wat meer over elkaar te weten te komen. In die tien dagen tijd hadden we elkaar zonder woorden erg goed leren kennen en we waren erg op elkaar gesteld geraakt. Ze waren alledrie Duits en mein Deutsch ist nicht so gut, dus ik luisterde veel en voelde me erg vertrouwd bij mijn sisters. Nota bene was een van hen een bewuste vroedvrouw en die laatste avond vertelde ze voor het slapen gaan het verhaal van de geboorte van haar zoontje. Weer zo’n mooie synchroniciteit, want geboorte speelt een belangrijke rol in mijn leven.

 

Choiceless awareness

Dus, het antwoord op de vraag van mijn vriendin, wat ik eraan heb gehad: Voordat ik vertrok was ik de discipline kwijt om te mediteren. Ik liet het vaak afweten. Als ik ging zitten, werd ik gek van mijn gedachten en gevoelens. Ik was vooral zo moe. Ik had er geen puf meer voor. Na deze grondige reset, kwam ik weer terug bij de basis. Een basis die gevoed wordt door in de stille leegte te zijn, door meditatie dus. Dus nu – voor zolang het duurt – mediteer ik weer elke dag en verheug me er steeds zelfs op. Stilte is zo fijn. Meditatie is een anker waar je elk moment van de dag naar terug kunt. Het gaat niet om dat uur (of half uur) op het kussen, maar om het met-aandacht-aanwezig-zijn-door-de dag-heen dat je ermee traint.

Verder heb ik vooral een hele concrete manier geleerd om mijn automatische reacties te leren herkennen. Ieder heeft zijn eigen vertrouwde patronen ontwikkeld, manieren van reageren – innerlijk en uiterlijk – die je eigen misère in stand houden. Hoe meer je erin verwikkeld raakt, hoe moeilijker om eruit te komen. Lijkt het. Eigenlijk is het heel simpel om de negatieve stroom te stoppen. In je lichaam kun je alles waarnemen. Let op je adem en op de sensaties in je lichaam en je weet waar je aan toe bent. Blijf erbij. Het moet niet weg. That’s it. Niets nieuws voor mij. Maar wel de concrete toepassing ervan. Op het kussen heb ik pijn geleden, geestelijke pijn: herinnering na herinnering kwam voorbij. Ook werd ik gekweld door mijn eigen geest die alle kanten op schoot. En fysieke pijn: ik ontdekte spieren waarvan ik geen weet had dat ze bestonden, krampen in mijn nek, in mijn benen, in mijn rug, armen, voeten. Tegelijkertijd heb ik op het kussen extase ervaren, intense belevingen van de eenheid met alles – een golf van bewustzijn die mijn lichaam ademde – geluk. Zowel de pijn als de extase zijn vergankelijk. De pijn moet je niet wegduwen en aan het geluk moet je je niet vastklampen, want alles verandert, en ook dit gaat voorbij. Als je wilt dat de dingen anders zijn dan ze zijn dan is lijden het gevolg. Ik heb geen keuze dan ‘choiceless awareness’. Wat er dan overblijft is liefde. Dat werd niet zo ingesproken in de meditaties, maar die laatste waarheid was zo evident dat ik zo eigenwijs was om die liefdesstroom te volgen. Het voelde als mijn vrouwelijke antwoord op deze toch wel erg mannelijke, boeddhistische weg. Ik zag mezelf weer als een kind, en alle andere mensen ook. Het kind dat we ooit waren en altijd zullen zijn. En met een kind kun je niets anders doen dan ervan houden.

 De dag nadat ik thuiskwam was het moederdag. Lotus had dit voor me gemaakt., zonder dat hij wist dat 'May all beings be happy' de vipassana mantra is. 

De dag nadat ik thuiskwam was het moederdag. Lotus had dit voor me gemaakt., zonder dat hij wist dat 'May all beings be happy' de vipassana mantra is. 

 

Wordt vervolgd.

Namaste.