Morgen ga ik trouwen

Morgen ga ik trouwen. We hebben zeven kinderen. Zeven kinderen van wie de vader niet met de moeder trouwt en de moeder niet met de vader trouwt. Heel veel scherven. En een nieuwe vaas.

Een vaas, een vat, een bokaal van liefde. De heilige retort, om te spreken in de woorden van mijn vader op de twee lezingen over het alchemistisch heilig huwelijk die ik samen met mijn aanstaande echtgenoot bijwoonde. De enige lezingen die hij ooit van mijn vader meemaakte – en juist deze gingen over liefde en seks.

Liefde en seks. Onvoorwaardelijk ja zeggen tegen elkaar. En binnen de begrenzingen van die eed het volle leven kennen. Een begrenzing die logisch voortvloeit uit de intentie om alles aan te gaan. Om elkaar helemaal te kennen. Om zonder voorbehoud te genieten en je te laten kennen.

Hij de belichaming van hem, De Man. Ik de belichaming van haar, De Vrouw. En ik heb geen keuze, hij is het. Ik herken hem uit duizenden. En hij herkent mij. Wij herkennen elkaar.

Ik trouw voor de derde keer. Misschien is het daarom wel heel ongeloofwaardig als ik vertel dat ik 'the love of my life' heb ontmoet. ‘Waarom trouw je voor de derde keer?’, vroeg zijn oudste dochter gisteren. Goede vraag. Het gesprek ging verder en ik heb haar niet geantwoord. Maar mijn antwoord is: ‘Je kunt beter vragen waarom ik die twee keer eerder getrouwd ben. Toen wist ik niet wat ik nu wel weet.’

En tegelijkertijd: misschien was de liefde van nu er wel niet geweest als ik niet het leven had gehad, dat ik heb gehad. Alles klopt. Niets is mis.

Alles klopt en er zijn scherven. Want het is de bedoeling dat je vader en moeder met elkaar trouwen. En het doet pijn als dat niet zo is. Ook ik voel pijn. De pijn van niet trouw te zijn geweest aan mezelf. De pijn van leed dat ik mezelf en anderen heb berokkend door niet trouw te blijven aan mezelf. De pijn van het verleden.

En dan is er het heden. Ik sta in de tuin, twee dagen voor de bruiloft. Er gaat een vlinder op mijn arm zitten en die blijft daar een tijdje. De vlinder vliegt op en landt op mijn hartgebied, op de plek van de hartchakra. Een tel later komt er een andere vlinder aangevlogen, recht naar de vlinder die op mijn huid zit. Samen fladderen ze om elkaar heen, hoog de lucht in.

Mijn hart is zacht. Ik ben de weg terug gegaan naar de liefde. Liefde die wonden heelt, de weg wijst en alles zuivert. Een heel nieuw gezin. Aan elkaar gegeven door het leven. Wat een zegen.