Een psychiater gespecialiseerd in bijna doodervaringen

Sinds een aantal jaar houdt psychiater Els Vos zich bezig met bijna doodervaringen. Vrijwel dagelijks ontvangt zij mensen die haar vanwege het meemaken van een bijna doodervaring opzoeken. Als ik vraag of het haar specialisatie is, zegt ze lachend dat ze het liever ‘een professionele hobby’ noemt. In haar praktijkruimte vertelt zij waarom ze zich als ‘gewone’ tweedelijns ggz-psychiater is gaan bezighouden met dit onderwerp waarover binnen de psychiatrie nog zo weinig bekend is.

Dit artikel verscheen in VAKBLAD VOOR NATUURLIJKE & INTEGRALE GEZONDHEIDSZORG, 4/2016  ↓

Sinds 2009 heeft Els Vos een eigen praktijk. Deze is gevestigd in een voormalig klooster in het dorpje Stiphout nabij Helmond. In het gebouw werken meerdere therapeuten en behandelaars. De ruimte is vriendelijk ingericht en geeft een soort huiskamergevoel. Dat gevoel wordt versterkt door de hond, die er ook bij dagelijkse sessies vaak bij is. Als ik vraag of dat van invloed is op de therapie, antwoordt Els dat mensen er rustiger van worden en daarom soms zelfs vragen of de hond ook komt.

In 2007 begon de psychiater zich te interesseren voor bijna doodervaringen (afgekort BDE). Haar vader overleed en voorspelde op zijn sterfbed een aantal zaken die later uitkwamen. Ze vertelt: ‘Aanvankelijk dacht ik dat hij in de war was. Maar toen dingen werkelijk gebeurden zoals hij vertelde, ging ik me er verder in verdiepen. Hij zei bijvoorbeeld dat het druk zou worden in het dorp met vier kisten. Uiteindelijk stierven er in die week inderdaad vier mensen en moest zijn begrafenis vanwege de drukte een dag worden verzet. Ik ging op onderzoek uit en las het boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ van cardioloog Pim van Lommel dat ook in 2007 verscheen. Uit dat boek leerde ik dat mijn vader sterfbedvisioenen had.

Als je bijna sterft komt er DMT vrij in je brein, een serotonine-achtig stofje waardoor je bewustzijn verruimt. Mogelijkerwijs verklaart dit stofje dat mensen met sterfbedvisioenen onder andere verder in de tijd kunnen kijken. Deze neurotransmitter zit normaal gesproken opgeslagen in de epifyse. Het is ook dit stofje dat ervoor zorgt dat je je leven aan jezelf voorbij ziet gaan als je sterft. Het komt vrij bij grote stress of bijna overlijden, maar soms ook bij ernstige depressie of bij meditatie. Er is nog maar heel weinig bekend over hoe dit alles precies werkt. Ik vergelijk het brein wel met een grote pan soep: we gooien er wat zout en peper bij en het wordt lekkerder, maar waarom weten we niet precies…

In het boek staat dat 1 op de 25 mensen een BDE meemaakt. Ik vroeg me af waarom ik die mensen niet kende, ook onder mijn cliënten. Ik werkte in de ouderenpsychiatrie en ben vragen gaan stellen aan mensen waarvan ik wist dat ze een keer bijna gestorven waren. Inderdaad kwamen er veel verhalen van bijzondere ervaringen los. Mensen houden het voor zich omdat ze bang zijn voor je oordeel. Ze zijn bang dat de omgeving denkt dat ze gek zijn geworden. Vaak spreken ze er wel over direct na de ervaring. Maar omdat verpleegkundigen en naasten het bagatelliseren besluiten ze te zwijgen. Dit is heel ernstig, omdat het juist zo’n levensveranderende ervaring betreft.

Door het boek van Pim van Lommel drong de impact van bijna doodervaringen tot me door. Mensen veranderen zo erg dat bijna de helft van de stellen scheidt na een BDE. Aan de ene kant is er sprake van een intens extatische, gelukzalige ervaring van vrede en goedheid. En aan de andere kant hebben mensen enorme last van heimwee naar die ervaring.

Het drong tot me door dat er bij hulpverleners veel meer aandacht voor dit onderwerp moet komen. Tot 2009 werkte ik in Helmond bij de GGZ. Daar heb ik een voordracht gehouden voor de medewerkers. Omdat er nog heel weinig over bekend is, zijn zorgverleners vaak sceptisch. Maar ze zijn ook benieuwd naar dit nieuwe onderwerp. Een aantal jaren geleden hield ik me bezig met EMDR (een therapievorm om trauma’s te verwerken, red.), terwijl dat toen nog als heel vaag en zweverig werd gezien. Tegenwoordig is EMDR een veel toegepaste therapie. Mijn collega’s zeiden dat het misschien ook zo zal gaan met bijna doodervaringen…

Ook al weten we het exacte hoe en waarom van bijna doodervaringen nog niet, toch is het extreem belangrijk om je bewust te zijn van het effect ervan op iemands verdere leven. Dat geldt zeker voor therapeuten en behandelaars. Veel mensen die een BDE hebben gehad (Els noemt ze BDE-ers), zijn extreem hooggevoelig geworden. Ze hebben bepaalde paranormale gaven waar ze zich geen raad mee weten, zoals vooruit kunnen kijken in de toekomst, of weten wat iemand voelt of denkt. Zo had ik een cliënte die steeds aan haar buurvrouw moest denken. Daarna verongelukte de buurvrouw. Dit zorgt voor angst en verwarring. Want moet je nou iedereen waar je steeds aan moet denken waarschuwen? En zullen ze je niet voor gek verklaren? Een andere cliënt kan bijna niet meer in dezelfde ruimte zijn met andere mensen, omdat ze door haar hooggevoeligheid allerlei dingen weet, die haar nooit verteld zijn. Ze weet niet meer waar ze nou wel of niet over kan praten, omdat ze steeds moet opletten of ze praat over iets wat haar is verteld of over iets wat ze ‘oppikt’. Hooggevoelige mensen zijn sneller moe, omdat ze veel meer indrukken binnen krijgen. Terwijl ze voor die ervaring alles aankonden, moeten ze nu ineens zichzelf goed in acht nemen qua eten en rusten. 

Als psychiater kan ik regelmatig een link leggen tussen een BDE en ziektebeelden als depressie, psychose, angststoornissen, post-traumatische stress stoornis etc. Aan medicijnen ontkom je in bepaalde gevallen niet. Maar dan in kleine doseringen, ook door de hoge gevoeligheid. Belangrijker dan de medicijnen is dat er iemand oprecht naar ze luistert. We praten erover, ik geef uitleg. Het is heel helend om serieus te worden genomen, nadat je keer op keer niet geloofd bent. Daar hoef je geen psychiater voor te zijn. Maar als ik zeg dat iemand niet gek is, dan is dat wel extra geruststellend…! Ik leer trucjes en soms verwijs ik naar betrouwbare paranormaal therapeuten. Dat doe ik alleen als mensen ervoor open staan, want ik werk wel regulier. Ik laat bijvoorbeeld ook bloed prikken. Want veel hooggevoelige mensen hebben vitamine B12 tekort.

BDE-ers hebben over het algemeen veel zelfliefde en zelfacceptatie. Ik heb nog niemand gesproken die zei dat hij het niet had mee willen maken. BDE-ers hebben het idee dat ze er meer zichzelf door zijn geworden, dat wat ze geleerd hebben de moeite waard is. Zelfs als ze hun gezin erdoor zijn kwijtgeraakt. Mensen komen na een BDE dichter bij zichzelf. Ze verwerken jeugdtrauma’s en gaan niet meer verder op de automatische piloot. ‘Wat moet ik en wat wil ik echt?’, zijn vragen die ze zichzelf stellen.

Zelf ben ik ook veranderd door mijn focus op bijna dood ervaringen. Ik werd me ervan bewust dat het werk in de instelling niet meer bij me paste en ben mijn eigen praktijk begonnen. Ik sta ook anders in het leven, kan minder goed tegen onrecht. En ik kijk meer naar het geheel, naar het grotere plaatje van iemands leven. Ik ben bij mijn cliënten altijd benieuwd naar hun levensweg en naar wat ze op die weg aan het leren zijn.