Spirituele bipolariteit

'When you meet your edge, don’t act out or repress, but let it pierce you to the heart.' - Pema Chödrön

Al sinds mijn puberteit wilde ik verlicht worden. Ik was op zoek naar 'De Weg', een pad waarop ik blijvend in vrede en afstemming zou leven. Soms had ik verlichtingservaringen, dan voelde ik me verbonden met de kosmos, vitaal, stralend en niet meer bang. Maar dan was ik 'het' ineens weer kwijt en voelde ik me duf, dof, afgesloten en overweldigd door het leven. Daar kwam dan ook nog bovenop dat ik het mezelf kwalijk nam dat 'het' weg was, waardoor ik me nog slechter voelde, waardoor ik me weer schuldiger voelde etc. Oordeel op oordeel: de hel. Het lijkt wel een soort spirituele bipolaire stoornis, als ik het zo opschrijf.

Verliefdheden zorgden altijd voor een enorme up. Met name verliefdheden op spirituele mannen. Ik liet me onderdompelen in een sfeer van zachtheid en devotie. Hij was het helemaal. Bij hem kwam mijn hele zelf naar buiten. Ik werd gekend in wie ik ten diepste was en voelde me een godin. Tot ik weer op de aarde landde en het in real life toch niet zo goed bleek te werken. Er was steeds zo'n groot onderscheid tussen mijn ideale werkelijkheid en de dagelijkse werkelijkheid. En ik bleef maar zoeken naar de weg om in het dagelijks leven verlicht te zijn. Onderweg liet ik allemaal brokstukken achter. Wonderlijk toch dat de wens om in liefde en vervulling te leven juist zo veel schade kan berokkenen?

Ik las verhalen van mensen die plotseling verlicht werden. Byron Katie lag in een kliniek in haar eigen vuil en zag een beestje over haar voet lopen. Ze werd helemaal één met dit beestje. Alles viel in dat moment samen. Vanaf toen was ze verlicht. Ook bij Eckhart Tolle sloeg ineens de goddelijke bliksem in terwijl hij middenin een depressie zat. Waarom overkwam mij dat niet? Hunkerend en strevend naar verlichting duw ik het juist van mij af. Immers, ik wil iets worden en bereiken, iets wat ik nu zogenaamd niet ben. Door geen genoegen te nemen met dit moment en hoe ik me nu voel, plaats ik mezelf buiten het moment.

Dit moment zal nooit volmaakt zijn. Er is altijd wel iets mis. Een kreukel in mijn kleren, een vlekje op mijn lens, een bekende die niet groet, een vermoeid gevoel, een schreeuwend kind. En alles is precies goed. Ook de pijn en het gevoel van onbehagen. Alles is precies zoals het moet zijn. Hier en nu en nergens anders. Hoe meer ik mijn niet-verlicht-zijn accepteer (immers, ik ben een mens en geen gepolijst beeldje), hoe meer licht ik ervaar. De boeddhistische lerares Pema Chödron zei: 'When you meet your edge, don’t act out or repress, but let it pierce you to the heart.' Oftewel: Als je je grens bereikt, ga je dan niet uitleven of het onderdrukken, maar laat het je hart doorboren. Waar de grootste pijn zit, zit het meeste licht. Ook al ben ik bang dat het me verteert en dat ik dieper dan diep zal vallen, toch sta ik het toe, de stress, de angst, de schuld, het verdriet, de eenzaamheid, de pijn. En zodra ik me toewend, verandert het. Ik word zachter, ruimer, heler. Ik draag en omvat de pijn in plaats van andersom.

Niets van al het tastbare houdt stand. Als ik me er toch aan probeer vast te klampen, dan lijd ik. Als ik de vergankelijkheid toesta, geef ik ruimte aan genade. Verlichting is geen staat van zijn vrij van pijn. Het is niet daar en dan, maar hier en nu, inclusief alle facetten van dit onvolmaakte, onverlichte leven.

nikola-knezevic-721357-unsplash.jpg